Daniëlle van Zetten Officier van Justitie over Ad de Beer OM Rotterdam

Daniëlle van Zetten Officier van Justitie sprak met Paul Verspeek Rijnmond over Ad de Beer OM Rotterdam en de jeugdzitting die ze van hem overnam

De Rotterdamse jeugdofficier van justitie Ad de Beer overleed zondag onverwacht, 69 jaar oud. Hij was die avond een zitting van woensdag aan het voorbereiden, de eerste na de kerstvakantie. Zijn collega officier van justitie Daniëlle van Zetten wist meteen toen zij het vreselijke nieuws hoorde: die zaak neem ik over.

“Ik vond het loodzwaar. Vlak voor de zitting ben ik naar zijn kamer gegaan, ik ging even in zijn stoel zitten. Zodra ik de rechtszaal betrad, kwamen de tranen. Je voelde gewoon aan alles: hier had hij moeten staan, dit was zijn zaak. Ik had ook het idee dat hij er de hele dag bij was.”
Die woensdag staan er tien minderjarige verdachten terecht tijdens een zogeheten jeugdraadkamer: de rechter beslist dan of ze langer blijven vastzitten.

Het gaat om forse delicten: de beschieting van panden, beroving met een vuurwapen, drugsuithalers, een steekpartij in de bus. De rechter begint niet meteen. Hij laat ruimte voor emoties. Niet alleen bij de officier van justitie, maar bij alle partijen, inclusief de verdachten.

Daniëlle van Zetten: “Een heel ervaren advocaat kon niet meer verder tijdens zijn pleidooi. Hij barstte in huilen uit.

Een moeder van een van de jongens was ook heel emotioneel. Ik sprak haar op de gang en ze zei: ‘Ik vind het zo erg dat hij dood is, ik kan het niet geloven. Dat mijn zoon vastzit is natuurlijk niet fijn, maar het was een goeie vent. Hij had oog voor mijn kind.’ Die moeder liet me haar telefoon zien: Ad zijn nummer én zijn foto. Hoe bijzonder is dat?”

Ad de Beer had als enige op het parket lange tijd een oude Nokia, tot hij werd gedwongen ook een smartphone te gaan gebruiken. Bij het overzetten van zijn contacten stonden de meeste namen onder de letter ‘M”: moeder van… moeder van… moeder van…
Marian is een van hen.

Haar zoon Remco is door De Beer vervolgd voor mishandeling. “Kijk, mijn zoon gaf klappen, dat mag niet. Maar De Beer behandelde hem als mens, zei hem ook te respecteren. Dat vond ik mooi, dat hij niet zwart-wit was en alleen maar zei wat hij fout had gedaan. Dat deed me wel wat.”

Bron Rijnmond
Aanbevolen artikelen